*******************************************************************************
AFDRUKKEN S.V.P.  *  AFDRUKKEN S.V.P.  *  AFDRUKKEN S.V.P.  *  AFDRUKKEN S.V.P.
*******************************************************************************

S C O O T E R - P C B

Demoversie 2.04


De demodiskette bevat een volledig functioneel programma. Alleen het opslaan 
van printontwerpen is niet mogelijk. U kunt dus naar hartelust alles proberen, 
inclusief afdrukken, plotten en de autorouter. Om Scooter-PCB zonder 
handleiding wat sneller te leren kennen, worden in de volgende tekst de 
menufuncties en de gehanteerde begrippen kort verduidelijkt. Ook is een 
practische oefening beschreven voor het ontwerpen van een kleine print met de 
demoversie. Het is aan te bevelen deze tekst af te drukken, want u kunt 
onmogelijk alles onthouden.

Benodigde apparatuur:
=====================

De demoversie van Scooter-PCB loopt op alle Atari-ST, -STE en -TT modellen met 
minstens 1 Megabyte RAM en een monochrome schermweergave van willekeurige 
grootte. TOS-versies 1.4 of hoger worden aanbevolen, maar zijn niet vereist.


De diskettes:
=============

Als u tot hier gevorderd bent, heeft u ofwel twee diskettes voor u, een 
programma- en een data-diskette, ofwel u heeft een map op de harddisk met de 
naam SCOOTER.PCB.

De volgende programma's zijn aanwezig:

SCOOTER.PRG      - het hoofdprogramma Scooter-PCB
PRINTER.PRG      - het afdrukprogramma
PLOTTER.PRG      - het plotprogramma
TRANSFER.PRG     - een hulpprogramma voor het vertalen van verbindingenlijsten
PLATINE.PRG      - een omzetprogramma voor bestanden van PLATINE-ST

Daarnaast zijn er nog twee mappen aanwezig, "MAKROS" en "PLATINEN". In de map 
"MAKROS" vindt u een selectie van de meer dan 500 meegeleverde componenten. In 
de map "PLATINEN" zitten enkele voorbeeld-prints en prints waarop een aantal 
van de meegeleverde componenten geplaatst is.


De menufuncties:
================

Als u Scooter-PCB start, krijgt u de volledig menugestuurde gebruikers-
interface op het scherm te zien. Vaak gebruikte functies hebben een plaats aan 
de linkerkant van het scherm, zodat ze snel bereikbaar zijn met de muis. De 
minder vaak benodigde functies zijn via de menubalk boven in het venster 
bereikbaar.

Nu volgt een korte beschrijving van alle functies uit de menubalk:

Desk:                    informatie over Scooter-PCB
=====

Datei:
======
neue Platine:            werkgeheugen leeg maken
Platine laden:           een printontwerp laden
Platine sichern:         een printontwerp opslaan (niet in de demoversie)
sichern als...:          onder een andere naam opslaan (niet in de demoversie)

Verbindungsliste laden:  een verbindingenlijst laden in Multiwire-formaat
Datei lschen:           bestand wissen
=> Druckprogramm:        omschakelen naar het afdrukprogramma PRINTER.PRG
=> Plotprogramm:         omschakelen naar het plotprogramma PLOTTER.PRG
Ende:                    programma-uitvoering stoppen

Makro:
======
... laden:               een macro laden; linker muisknop: plaatsen; rechter 
                         muisknop: draaien
... laden zum ndern:    een macro laden, die dan bewerkt kan worden
... sichern:             opslaan in macro-formaat
Makro lschen:           een macro op de print verwijderen
Name ndern:             een macro een naam geven (bijv. IC1)
Wert ndern:             een macro een waarde geven (bijv. 100nF)
SMD-Layerwechsel:        overbrengen van een macro naar de andere kant van de 
                         print (bijv. een SMD-component van de soldeer- naar de
                         componentenzijde)

Raster:
=======
sichtbar:                achtergrondraster (grid, stramien) zichtbaar of 
                         onzichtbaar
Einheit:                 eenheid kiezen voor de cordinatenweergave. Dit heeft 
                         niets te maken met de rastereenheid, alleen maar met 
                         de cordinaten die rechts in de menubalk zichtbaar 
                         zijn.
Raster: 0.050:           instellen van het grid. Als u op deze vermelding 
                         klikt, verschijnt een paneel waarmee u de gewenste 
                         gridwaarde kunt instellen. Hier kunt u ook waarden in 
                         millimeters opgeven, bijv. in de vorm "2.75mm".
 0.001"
   :                     voorselectie van grids om snel te kiezen
 0.500"

Pins:
=====
Namen sichtbar:          namen van pins/SMD-pads zijn zichtbaar/onzichtbaar
Auendurchmesser:        instellen van de diameter van de eilandjes
Bohrdurchmesser:         instellen van het boorgat van de eilandjes
Pinform:                 kiezen van de vorm van een eilandje
Auendurchmesser:        instellen van de diameter van de via's 
                         (doormetalliseringen)
Bohrdurchmesser:         instellen van het boorgat van de via's
Viaform:                 kiezen van de vorm van een via
SMD:                     instellen van de grootte van de SMD-pads

Breite:                  breedte van de sporen instellen
=======

Extras:
=======
Textgre:               grootte van de tekst instellen
Text ndern:             bestaande tekst wijzigen
Textgre ndern:        grootte van bestaande teksten wijzigen
Leiterbahnbreite:        breedte veranderen van bestaande wire-segmenten
Ltaugen ndern:         naderhand veranderen van pins/via's
SMD-Pads ndern:         naderhand veranderen van SMD-pads

Layer wechseln:          element naar andere laag overbrengen met automatisch 
                         verwijderen van overbodige via's
Spule erzeugen:          maken van een koperbaan-spoel
Puffergre:             instellen van de grootte van de interne buffer
Nullpunkt setzen:        oorsprong van het cordinatenstelsel bepalen
Dichte-Verteilung:       dichtheid van de verbindingslijnen op de print tonen
Statistik:               statistische gegevens van de print
Layer umbenennen:        de momenteel actieve laag een andere naam geven
Fllmuster ndern:       veranderen van het afbeeldingsraster van een laag
Tabellen ndern:         hiermee kunnen de selecties in de pop-up menu's 
                         veranderd worden om vaak benodigde waarden bij de hand 
                         te hebben
Voreinstellung:          de standaardinstellingen van Scooter-PCB veranderen en 
                         opslaan. Zoekpaden voor bestanden wijzigen.

Layer:                   laag selecteren om op te werken
======
Aanwijzing: u kunt altijd met de functietoetsen een andere laag selecteren, ook 
tijdens de uitvoering van een functie (bijv. "Wire"). Met F1 t/m F10 worden de 
lagen 1 t/m 10 gekozen, samen met de Shift-toets kiest u de lagen F11 t/m F20.

Autorouter:
===========
Ratsnest:                verbindingslijnen zo kort mogelijk maken door 
                         alternatieve verbindingen te berekenen (reconnect)
Einseitig:               de autorouter moet op een eenzijdige print werken
Doppelseitig:            de autorouter moet op een dubbelzijdige print werken
Router-Strategie:        instellen van de hoeken (90 graden of 45-90 graden), 
                         voorkeursrichting en gewichtsfactor voor de 
                         voorkeursrichting
Leiterbahn:              breedte van het autorouter-spoor
Abstand:                 de afstand die de autorouter in acht moet nemen tot 
                         andere elementen
Raster:                  instellen van het raster voor de autorouter; 0.050" is 
                         standaard
Route Platine:           hele print routen; afbreken met de Escape-toets
Route Bereich:           alleen verbindingslijnen routen binnen het gemarkeerde 
                         gebied
Route Signal:            een volledig signaal routen. Rechter muisknop: rip-up.
Route Luftlinie:         een verbindingslijn routen. Rechter muisknop: rip-up.



De functies in het zijmenu
==========================

M-Load:                  zie "Makro/...laden"
Reload:                  de meest recent geladen component opnieuw laden
Window:                  zichtbaar gebied bepalen. Deze functie kunt u ook 
                         oproepen tijdens de uitvoering van een andere functie.
Zoom:                    zichtbaar gebied vergroten
Visible:                 laag zichtbaar/onzichtbaar maken
Show:                    knipperende aanduiding van een signaal in zijn geheel
Move:                    een element verplaatsen. Draaien met de rechter 
                         muisknop.
M-Move:                  een macro verplaatsen. Draaien met de rechter 
                         muisknop.
B-Move:                  een blok markeren en verplaatsen. Draaien met de 
                         rechter muisknop.
Copy:                    elementen of macro's kopiren
Delete:                  een element verwijderen. Alleen mogelijk bij elementen 
                         die zichtbaar zijn. Met de rechter muisknop wordt een 
                         "verwijdering op proef" uitgevoerd.
Rip-Up:                  een spoor verwijderen
Split:                   splitsen van een wire-element
Kreis:                   een cirkel maken. Rechter muisknop: met of zonder 
                         vulling.
Rechteck:                gevulde rechthoek plaatsen (bijv. voor versperringen)
Text:                    tekst plaatsen. Rechter muisknop: draaien, spiegelen.
Pin:                     pin plaatsen. Rechter muisknop: vorm veranderen.
Via:                     via plaatsen. Rechter muisknop: vorm veranderen.
SMD-Pad:                 SMD-pad plaatsen. Rechter muisknop: draaien.
Wire:                    wire plaatsen. Rechter muisknop: hoek instellen. 
                         Spatiebalk: hoek spiegelen. Bij het wisselen van laag 
                         met de functietoetsen worden automatisch via's 
                         geplaatst.
Route:                   handmatig routen van een verbinding, zoals bij "Wire"
Signal:                  handmatig aangeven van de verbindingen met de muis
Name:                    pin, SMD, signaal of macro een naam of een waarde 
                         geven
Info:                    gegevens van een element tonen
Fill:                    functie voor vlakvulling
Mirror:                  tekst achteraf spiegelen


Toetscommando's:
================

In principe kan elke menufunctie via het toetsenbord ingeschakeld en naar eigen 
wensen geconfigureerd worden. Hoe dat gaat staat in het volgende gedeelte. De 
hier vermelde toetscommando's zijn permanent:

Escape:                  functie afbreken
F1 t/m F10:              lagen 1 t/m 10 kiezen
Shift + F1 t/m F10:      lagen 11 t/m 20 kiezen
1 t/m 5:                 zijmenu in kolom 1 t/m 5 kiezen
Cursortoetsen:           scrollen
Shift + cursortoetsen:   een vensterinhoud verder
ClrHome:                 scherm opnieuw tekenen
Shift + ClrHome:         venster in zijn geheel opnieuw tekenen
Spatiebalk:              wire-hoek omklappen
Return:                  wire-hoek kiezen


Menu-samenstelling:
===================

Als de menu's er bij u wat anders uitzien, is dat een illustratie van de 
gemakkelijke veranderbaarheid van de menu's. Als u op een menuvermelding klikt 
met ingedrukt gehouden Shift-toets, krijgt u een paneel te zien, waarop de 
menutitel en een aanwijzing die door Scooter-PCB opgevolgd moet worden, staan.
Probeert u het volgende maar eens:
- Zoek een vrije plaats in zijmenu 2.
- Houd een Shift-toets ingedrukt en klik op die vrije plaats.
- Vul bij "Mentitel:" de tekst "Wire 2mm" in.
- Vul bij "Befehl:" de tekst "Wire 2.0MM" in.
- Klik op het veld "Taste:" en druk op de toets "L".
- Klik tenslotte op "OK".

In het zijmenu staat nu de vermelding "Wire 2mm". Als u er met de muis op 
klikt, kunt u koperbanen van 2 mm breed leggen. Als u op de Escape-toets drukt, 
wordt de functie gestopt. U kunt de functie ook inschakelen met de toets "L".


Voorbeeld: ontwerp van een print
================================

Laten we ervan uitgaan, dat u een schema klaar heeft en daarvoor een print wilt 
ontwerpen. Hoe kunt u dan het beste te werk gaan?

1.  Onderzoek eerst, of alle componentenbehuizingen die u wilt gebruiken, al in 
    de bibliotheek aanwezig zijn. Als dat niet het geval is, moet u die eerst 
    definiren.

2.  De grootte van de print wordt vastgelegd, de componenten worden geplaatst 
    en u geeft ze namen en waarden (bijv. IC1, 7400).

3a. U laat een verbindingenlijst lezen, die door een schematekenpakket is 
    gegenereerd, of
3b. u laat een verbindingenlijst lezen, die met een tekstverwerker is opgesteld 
    en daarna door het programma TRANSFER.PRG is vertaald, of
3c. u ziet af van een verbindingenlijst en legt de verbindingen vast met de 
    functie SIGNAL van pin naar pin, of
3d. u tekent direct de sporen, zonder tussenkomst van verbindingen.

4.  Routen van de verbindingen, hetzij handmatig, met de functie "Route", 
    hetzij met de autorouter.

5.  Afdrukken of plotten van het printontwerp.

Deze werkwijze is alleen maar een grove schets om tot een goed resultaat te 
komen. Vanzelfsprekend is het mogelijk van de hier vermelde volgorde af te 
wijken. U kunt de componenten achteraf altijd nog verplaatsen, u kunt sporen 
verwijderen, aanvullende verbindingen leggen of welke andere actie dan ook 
uitvoeren.


Oefening: routen van een print
==============================

Op de datadiskette vindt u enkele voorbeelden van printontwerpen, die de 
verschillende stadia weergeven in het ontwerp van een print voor een 8031-
microcontroller.

8031_1.PLT:      print met componenten en omtreklijnen
8031_2.PLT:      print met verbindingen
8031_3.PLT:      print met sporen
8031_4.PLT:      print met massavlak

Een dergelijke print gaan we nu zelf ontwerpen. In het volgende gedeelte staan 
alle nodige aanwijzingen. Als u ergens moeilijkheden ondervindt, kunt u met de 
kant-en-klare ontwerpen verdergaan.

1. Bepalen van de grootte van de print:
---------------------------------------
- Start SCOOTER.PRG nog een keer opnieuw om van een vaste uitgangspositie uit 
  te gaan. Gebruik verder de data-diskette als u een disk nodig heeft.

- Kies de laag "Platinengre" in het menu "Layer".

- Klik op de vermelding "Wire" in het zijmenu.

- Klik met de rechter(!) muisknop en stel de hoek voor de wire-segmenten in op 
  90 graden (2de symbool boven links).

- Plaats de muiscursor ongeveer op het kruis dat de oorsprong aangeeft, en klik 
  met de linker muisknop om het startpunt vast te leggen.

We hebben een print nodig van ongeveer 10 cm lang en 8 cm breed. Als u de 
muiscursor in het venster verplaatst, wordt een rechthoekige lijn meegetrokken. 
De muiscordinaten worden rechtsboven in het venster in inches aangewezen. Klik 
met de muis op de menuvermelding "Raster/-Anzeige-Einheit-/mm". Nu staan de 
cordinaten in millimeters vermeld, het tekenstramien is echter ongewijzigd 
gebleven.

- Plaats de muiscursor ongeveer op het punt X=100, Y=80. Dit punt ligt buiten 
  het zichtbare bereik van het venster. Verschuif de vensterinhoud met de 
  cursortoetsen, totdat u het gewenste punt kunt bereiken.

- Als u alles goed heeft gedaan, hangt de baan nog steeds aan de muis.

- Klik nu op het hoekpunt met de linker muisknop om de lijn vast te leggen.

- Plaats de muiscursor terug op de oorsprong en geef daarop een dubbelklik. Het 
  is weer nodig de vensterinhoud te verplaatsen.

Als u alles tot zover met succes heeft voltooid, heeft u nu vier lijnen 
getekend die een rechthoek vormen. Deze lijnen staan op de laag "Platinengre" 
en vormen daardoor de omtrek van de print. De lagen zijn te vergelijken met 
transparante folies die op elkaar liggen. Elke laag heeft zijn eigen naam en 
zijn eigen functie. Bij de afdruk kunt u aangeven welke lagen afgedrukt moeten 
worden.

- Klik op de vermelding "Window - Totale" of druk op de toetscombinatie Shift + 
  ClrHome. De print wordt in zijn geheel zichtbaar.


2. Componenten laden:
---------------------
Vervolgens moeten de benodigde componenten (behuizingen) geladen worden. De 
volgende onderdelen zijn nodig:

           Naam          Waarde          |       Behuizing
      -----------------------------------------------------------------
           IC1           8031            |       IC\DIL40.MAC
           IC2           74LS373         |       IC\DIL20.MAC
           IC3           27128           |       IC\DIL28.MAC
           Q1            12MHz           |       ANALOG\QUARZ_S.MAC
           C1            30pF            |       ANALOG\C25.MAC
           C2            30pF            |       ANALOG\C25.MAC
           C3            10uF            |       ANALOG\ELKO25_S.MAC
           R1            8k2             |       ANALOG\R100.MAC
           CON1                          |       STECKER\LST_1_16.MAC
           CON2                          |       STECKER\LST_1_O2.MAC


- Klik op "M-Load" in het zijmenu. De itemselector verschijnt, waarmee u de 
  eerste behuizing kunt laden. Kies de map "IC" en zoek daarin de behuizing 
  DIL40.MAC. Laad deze met een dubbelklik.

- U kunt de component nu met de muis verplaatsen en met de rechter muisknop 
  draaien. Plaats het IC op een willekeurige plek met de linker muisknop.

- Voer deze stappen uit voor alle benodigde componenten.

- Nu moet u de componenten de juiste namen en waarden geven.

- Kies in het zijmenu "Name" en in het pop-up-menu dat verschijnt, "Makro-
  Name".

- Zet de muiscursor op het midden van een component en klik. In plaats van de 
  vermelde naam (bijv. #1) vult u nu de juiste naam in (bijv. IC1).

- Klik ook op de andere componenten en geef ook deze de juiste namen.

- Voor het geven van waarden aan de componenten herhaalt u deze procedure, maar 
  nu met de menufunctie "Name" - "Makro-Wert".

- In normale gevallen zou u nu het ontwerp opslaan, om een uitgangspunt te 
  hebben voor de volgende bewerkingen. Jammer genoeg gaat dat hier niet.


3. Verbindingenlijst laden:
---------------------------
Nadat u de componenten heeft geladen, en ze namen en waarden heeft gegeven, 
kunt u de vooraf opgestelde verbindingenlijst laden. Het voert hier te ver om 
uit te leggen hoe u dergelijke lijsten kunt maken. Als u het niet heeft 
klaargespeeld om een printontwerp met de juiste componenten te fabriceren, kunt 
u simpelweg het reeds klare ontwerp "8031_1.PLT" laden.

- Kies de functie "Datei / Verbindungsliste laden" en laad het bestand 
  "8031.MLT" uit de map "PLATINEN".

Als alle componenten de correcte namen gekregen hebben, wordt de 
verbindingenlijst gelezen en worden de verbindingen tussen de componenten 
aangegeven. De componenten kunnen nu met de functie "M-Move" nog verplaatst en 
gedraaid worden, om een optimale plaatsing te bereiken. Met de toets ClrHome 
forceert u een opnieuw tekenen van het schermbeeld.

- Met de functie "Autorouter - Ratsnest" kunnen de lengtes van de verbindingen 
  zo klein mogelijk gemaakt worden.

In dit stadium zou u het ontwerp normaal weer opslaan, maar dat gaat nu eenmaal 
niet.


4. Print routen:
----------------
Ook als u nog niet tot hier gevorderd bent, kunt u het routen van de print 
proberen. Laad in dat geval het bestand "8031_2.PLT".

- Vergroot een deel van de print met "Zoom".

- Maak met de toets F1 de laag "Ltseite" de laag-in-bewerking.

- Stel de gewenste spoorbreedte in (bijv. 0.016") in het menu "Breite".

- Kies in het zijmenu "Route".

- Klik met de muis op een willekeurige verbindingslijn. Vanaf het 
  dichtstbijzijnde punt is nu een baan aangehecht aan de muiscursor. U kunt het 
  andere eind van de baan met de muis plaatsen.

- Leg nu de baan met de muis. Met de rechter muisknop kunt u de hoek instellen. 
  Als u het einde van de verbindingslijn heeft bereikt, is de verbinding 
  gevormd.

- Kies een andere verbindingslijn en herhaal het proces. Als u tijdens het 
  leggen van banen van laag wisselt, plaatst Scooter-PCB automatisch een via.

Als u een wat grotere vergroting nodig heeft, kunt u op elk gewenst moment, ook 
tijdens het routen, de vergroting instellen met "Window - Vor". Dit is 
weliswaar ook mogelijk met "Zoom", maar hierdoor wordt de route-functie 
afgebroken. Met de cursortoetsen kunt u heel gemakkelijk het zichtbare gebied 
verschuiven. Als u hinder heeft van de nog steeds zichtbare lijnen van de 
componenten, kunt u de laag "Bauteile Bauteils." met "Visible" onzichtbaar 
maken.

Vanzelfsprekend kan ook op ieder gewenst moment de breedte van het spoor 
veranderd worden met de menufunctie "Breite".

Als u sporen wilt verwijderen, kunt u gebruik maken van de functie "Delete". 
Bij de eerste opdracht tot verwijderen wordt in plaats van de baan weer een 
verbindingslijn getekend. Als die ook moet vervallen, verschijnt er eerst een 
waarschuwing, om u er op attent te maken dat een signaal onderbroken wordt. 
Zulke waarschuwingen voorkomen bij "Route" en "Wire" ook dat onbedoelde 
verbindingen met andere signalen tot stand komen.

Een andere, comfortabelere mogelijkheid om sporen te verwijderen, wordt geboden 
door de "Rip-Up"-functie. Hiermee wordt een compleet spoor tussen twee 
soldeereilandjes in een verbindingslijn omgezet.

Voor het verplaatsen van objecten, zoals sporen, kunt u gebruik maken van de 
functie "Move".

Om de autorouter te proberen klikt u eenvoudig op de menuvermelding "Autorouter 
- Route Platine". Als er nog verbindingslijnen aanwezig zijn, zal de autorouter 
ze zo mogelijk in sporen omzetten. Als u wat meer wilt oefenen met de 
autorouter, kunt u het bestand "8031_2.PLT" laden en daarmee aan het werk gaan.

Ook de massavlak-functie kunt u gebruiken. Laad daarvoor het printontwerp 
"8031_3.PLT" en activeer de functie "Fill" in het zijmenu. Kies met het paneel 
"Flche anlegen" en teken eerst de omtrek van het te vullen vlak, bijv. ter 
grootte van de hele print. Als u een dubbelklik geeft op het eindpunt van de 
veelhoek, wordt het tekenen beindigd. Kies dan nogmaals de functie "Fill", 
stel de gewenste parameters in (of laat de waarden zoals ze zijn) en start met 
"OK". Na enige tijd rekenen ziet u het resultaat dan op het scherm.


5. Afdrukken/plotten van het printontwerp:
------------------------------------------
Om een printontwerp af te drukken of te plotten moet u het programma 
PRINTER.PRG, resp. PLOTTER.PRG starten. Helaas kunt u de zojuist ontworpen 
print niet afdrukken, want het opslaan is in de demoversie niet mogelijk.

U kunt echter wel een van de voorbeeldontwerpen laden en de gebruikte printer 
of plotter instellen. Met het middelste veld kunt u bepalen, welke laag 
afgedrukt moet worden. Als er ook nog andere lagen mee moeten worden afgedrukt, 
kunt u die aangeven in het veld rechts. Witte letters in een zwart veld geven 
aan dat die laag wordt afgedrukt. U schakelt om tussen afdrukken en niet 
afdrukken door een klik op de betreffende naam te geven. Als u dan in de 
onderste regel de juiste uitgangspoort aangewezen hebt, zou alles met een klik 
op "Drucken" of "Plotten" moeten functioneren.


Tenslotte:
==========

Helaas is hier maar gelegenheid om een fractie van de mogelijkheden van 
Scooter-PCB te beschrijven. U krijgt natuurlijk veel meer informatie aangeboden 
in de handleiding van het volledige programma, die uit ongeveer 150 pagina's 
bestaat. Als u nog vragen heeft bij het werken met Scooter-PCB, kunt u ons 
bereiken onder:

                 HK-Datentechnik
                 Hubert Kahlert
                 Heerstrae 44

                 D-41542 Dormagen
                 Germany

                 Tel.: +49 02133 - 91244
                 Fax:  +49 02133 - 93319

Wij wensen u veel plezier bij het werk met Scooter-PCB!

- Hubert Kahlert -



De volledige versie van Scooter-PCB kunt u voor DM 279,- excl. porto en 
verpakking bij ons bestellen.

Definitie van enkele begrippen:
===============================

Mil:        1 Mil = 1/1000 inch = 0,0254 mm is het basisstramien van Scooter-
            PCB

Pin:        Pins zijn soldeereilandjes voor componenten. De diameter ervan en 
            de diameter van het boorgat zijn instelbaar tot 255 Mil. Er kan 
            gekozen worden uit de vormen vierkant, cirkel, achthoek en 
            langwerpig. Een pin kan een naam krijgen van maximaal 8 tekens.

Via:        Met een via wordt een verbinding bedoeld tussen twee koperlagen. 
            Verder lijkt deze op een pin, maar hij kan geen naam krijgen.

SMD:        Een SMD-pad is een rechthoekig vlakje voor een surface mounted 
            component. De maximale grootte is 255 Mil bij 255 Mil. Er kan een 
            naam aan gegeven worden.

Wire:       Een wire is een lijn, die gebruikt kan worden voor printsporen, 
            omtrekken van behuizingen, de omtrek van de print, enz. De functie 
            van een wire is afhankelijk van de laag waarop deze is geplaatst. 
            De breedte kan ingesteld worden tot 255 Mil.

Layer:      Scooter-PCB onderscheidt 20 logische lagen. Daaronder vallen:
            Ltseite:                  - onderkant van de print (koperzijde)
            Bauteilseite:              - bovenkant van de print 
                                         (componentenzijde)
            Ltauge:                   - hierop komen de pins
            Durchkontaktierung:        - hierop komen de via's
            Luftlinie:                 - verbindingslijnen die een signaal 
                                         aangeven
            Bauteil Bauteilseite:      - afbeelding van componenten op de 
                                         componentenzijde
            Bauteil Ltseite:          - afbeelding van componenten op de 
                                         koperzijde (bijv. SMD's)
            Platinengre:             - omtrek van de print
            Sperrflche Ltseite:      - versperringen voor de autorouter op de 
                                         koperzijde
            Sperrflche Bauteilseite:  - versperringen voor de autorouter op de 
                                         componentenzijde
            Sperrflche Durchkontakt.: - versperringen voor de autorouter voor 
                                         het plaatsen van via's

Element:    Ter beschikking staan de grafische elementen pin, via, wire, 
            rechthoek, cirkel, tekst en SMD-pad. Uit deze elementen worden 
            printontwerpen en macro's samengesteld. Een element komt altijd op 
            een bepaalde laag te staan.

Raster:     De zichtbare stramienpunten dienen als "ophangpunten" voor 
            elementen.

Makro:      Een macro is een groep bij elkaar horende elementen. Met macro's 
            kunnen componenten gedefinieerd worden, die dan naar wens in 
            printontwerpen kunnen worden opgenomen.

Signal:     Een signaal is een samenhangende groep elementen, die dezelfde 
            electrische potentiaal hebben. Daaronder vallen pins, via's, sporen 
            en verbindingslijnen. Aan een signaal kunt u een naam geven, bijv. 
            "GND".

DRC:        Door het Design-Rule-Check-mechanisme (DRC) worden kortsluitingen 
            tussen twee signalen herkend. Het onderbreken van een signaal heeft 
            eveneens een waarschuwing tot gevolg.

Deze demodiskette is public domain en mag alleen zonder kosten te berekenen 
verspreid worden. De op de diskette aanwezige bestanden zijn auteursrechtelijk 
beschermd en mogen niet worden veranderd. Scooter-PCB is ontwikkeld met GFA-
Basic V3.6 en de Turbo-Ass-assembler.

